Je kan zelf kiezen waar en hoe je wilt bevallen. Spreek erover met je arts of vroedvrouw. Informeer je tijdig over het verblijf in de kraamkliniek: Hoe gebeurt de opname? Waar moet je je ’s nachts melden? Wat neem je mee? Vraag een informatiebrochure. Organiseer op tijd je vervoer naar de kraamkliniek en voorzie in opvang voor de andere kinderen.
Soms kan verder hulpverlening na je ontslag uit de kraamkliniek nuttig zijn. Naargelang je situatie en behoefte kan je bijkomende hulp vragen voor medische zorg voor jou en je kindje en/of huishoudelijke hulp. Organiseer deze kraamzorg 3 maanden vóór je bevalling.
Voor medische verzorging kan je terecht bij je arts of vroedvrouw. Adressen van vroedvrouwen in je buurt vind je via de beroepsorganisaties voor vroedvrouwen of via de expertisecentra voor kraamzorg. Deze adressen vind je op de website op de pagina LINKS.
Voor de huishoudelijke, lichaamsverzorgende, familiale en psychosociale hulp door een kraamverzorgster kan je terecht bij de Diensten voor Gezinszorg.
Informeer je hierover bij het expertisecentrum voor kraamzorg. Ziekfondsen en/of hospitalisatieverzekeringen geven vaak onder bepaalde voorwaarden een tegemoetkoming voor deze hulp.
Uiteraard kan je voor louter huishoudelijke hulp ook terecht bij initiatieven zoals de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA’s) en de dienstcheques (www.dienstencheques.be).
bron Kind en Gezin