Login       Sunday, September 05, 2010      Search  
0 - 3 maanden
Maak uw keuze
Bloedafnames
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst

De meeste bloedafnames vinden plaats in het begin van je zwangerschap. Zo zal bij een eerste consultatie je bloedgroep en resusfactor gecontroleerd worden, als die niet bekend zijn. Je arts of vroedvrouw zal nagaan of je geen onregelmatige antistoffen hebt gevormd tegen rhesus- of andere rodebloedceleiwitten. Het hemoglobinegehalte wordt bepaald om bloedarmoede op te sporen. Hij of zij kijkt na of je vatbaar bent voor bepaalde infectieziekten die schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van je kindje, of je voldoende antistoffen hebt tegen rodehond (rubella) en kattenziekte (toxoplasmose). Als je geen antistoffen hebt tegen kattenziekte, moet je bepaalde voorzorgen nemen: contact met uitwerpselen van katten vermijden, geen rauwe of halfdoorbakken vlees eten, groenten en fruit grondig spoelen of schillen. De opsporing van hepatitis B en syfilis gebeurt systematisch. Ook het opsporen van Hiv-virus (aids) wordt met je besproken. Behoor je tot een risicogroep dan moet je bijkomende bloedafnames ondergaan: bijvoorbeeld voor het opsporen van infecties zoals cytomegalievirus (CMV). Bespreek met je arts of je tot een risicogroep behoort. Tussen 24 en 28 weken wordt in de meeste gevallen een suikertest uitgevoerd om uit te sluiten dat je lijdt aan een vorm van suikerziekte die voorkomt tijdens de zwangerschap. Daarnaast kunnen, afhankelijk van het zwangerschapsverloop, de voorgeschiedenis en de voorgaande resultaten, nog bijkomende bloedafnames worden uitgevoerd. Dit kan je altijd met je arts of vroedvrouw bespreken.

bron Kind en Gezin


Tussen 10 en 14 weken
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst

Tijdens de eerste echo wordt de kruin-romplengte van de foetus gemeten. Zo kan vrij nauwkeurig de zwangerschapsduur bepaald worden en de vermoedelijke bevallingsdatum vastgelegd worden. Op dit ogenblik kunnen ook meerling zwangerschappen opgespoord worden en kunnen eventuele afwijkingen aan het licht komen. Door de meting van het nekoedeem van de foetus kan een verhoogd risico op het Downsyndroom worden opgespoord.

bron Kind en Gezin


Tussen 30 en 34 weken
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst

De groei en de ligging van je kindje, de ligging van de placenta en de hoeveelheid vruchtwater worden nagekeken. Sommige ziekten bij jou of je naaste familieleden, of het gebruik van bepaalde medicatie kunnen een bedreiging vormen voor de foetus. Het is dan ook aangewezen om een zeer zorgvuldig en doorgedreven echografisch onderzoek uit te voeren. Daarbij is het noodzakelijk dat je je arts correct informeert over je medische voorgeschiedenis. Een echografie is maar één middel om je zwangerschap op te volgen. Een normale echografie is geen garantie dat alles vlekkeloos zal verlopen. De positie van de foetus tijdens het onderzoek, de hoeveelheid vruchtwater rond de foetus en de lichaamsbouw van de moeder zijn factoren die het onderzoek kunnen bemoeilijken. Uiteraard kunnen met alle afwijkingen opgespoord worden: sommige aandoeningen zijn niet echografisch aantoonbaar of zijn eenvoudigweg niet zichtbaar.

bron Kind en Gezin


Ongemakken en tips
Get the Flash Player to see this player.
Ongemakken
Ongemakken en tips

 

Tijdens het eerste zwangerschapstrimester kan je allerlei ongemakken ondervinden door de veranderende hormonenstofwisseling, zoals misselijkheid en braken, smaakveranderingen, gezwollen borsten, veelvuldig plassen, harde stoelgang, vermoeidheid en verhoogde vaginale afscheiding.
TIPS:
-  Ben je ’s morgens misselijk, eet dan vóór je opstaat een beschuit, een toast, een sneetje brood of een potje yoghurt.
-  Gebruik meerdere lichte maaltijden in plaats van één zware maaltijd.
-  Bij constipatie is het belangrijk dat je veel water drinkt, gespreid over de hele dag.
-  Eet meer vezelrijke voeding zoals groenten, fruit, volkorenbrood, muesli, …
-  Ook geweekte pruimen, peperkoek, vers fruitsap en speculaas kunnen de stoelgang bevorderen.
-  Neem voldoende lichaamsbeweging.
-  Las voldoende rustpauzes in.

 bron Kind en Gezin


Echografie
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst

Een echografie geeft medische informatie over je zwangerschap en heeft bovendien geen nadelige gevolgen voor de foetus. Meestal worden een drietal echografieën uitgevoerd, 1 per zwangerschapstrimester. Voor deze 3 onderzoeken is er in een tegemoetkoming van het ziekenfonds voorzien. Elk onderzoek heeft een specifiek doel.

bron Kind en Gezin


Tussen 18 en 22 weken
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst

Nu wordt elk lichaamsdeel van de foetus uitgebreid onderzocht. Dit onderzoek vergt dan ook wat meer tijd. De gynaecoloog kan op dit ogenblik een aantal ernstige afwijkingen op het spoor komen. Nochtans zal een correct en volledige uitgevoerd echografisch onderzoek niet alle afwijkingen uitsluiten.

bron Kind en Gezin


Screening
Get the Flash Player to see this player.
Nederlandse tekst
De meeste kinderen worden gezond geboren.  Een klein percentage van alle kinderen heeft bij de geboorte een chromosoomafwijking, zoals het downsyndroom (mongolisme).  Het risico op chromosoomafwijkingen wordt sterk beïnvloed door de leeftijd van de moeder.
Door middel van bepaalde onderzoeken (prenatale screening) kan de gynaecoloog nagaan of je kindje een verhoogde kans heeft op deze aandoening.  Bij een lage kans volgt er door gaans geen verder onderzoek.  Toch kan de aandoening wel aanwezig zijn.  Bij een hoge kans op de aandoening, is het nog niet zeker dat de aandoening ook echt aanwezig is.  Daarom kan de gynaecoloog een vervolgonderzoek uitvoeren, de vlokkentest of vruchtwaterpunctie (prenatale diagnostiek).  Bij de onderzoek bestaat er wel een kleine kans op een miskraam.
Tussen 11 en 14 weken zwangerschap kan de gynaecoloog berekenen hoe groot de kans is dat je kindje het downsyndroom heeft.  Hij of zij doet dat door de dikte te meten van het nekoedeem van de foetus en door twee hormonen in jouw bloed te bepalen.  De kans om bij een risicoberekening een kindje met het downsyndroom op te sporen bedraagt ongeveer 85 %.
Als je – om welke reden dat ook – pas na 14 weken bij je gynaecoloog terechtkan, kan het risico op het downsyndroom ook nog tussen 15 en 18 weken zwangerschap worden berekend door middel van een bloedafname.  Als deze berekening uitwijst dat er een risico aanwezig is, dan kan de gynaecoloog in dit geval door middel van een vruchtwater punctie of een vlokkentest 70 % van alle foetussen met het downsyndroom opsporen.
Aan de hand van een gedetailleerd echografisch onderzoek tussen 18 en 22 weken zwangerschap is het bovendien mogelijk om subtiele echografische kenmerken op te sporen die de kans op een foetus met het downsyndroom vergroten.
Het meten van het nekoedeem, de resultaten van de bloedafnames en het gedetailleerde echografisch onderzoek geven alleen de kans aan dat je foetus een chromosoomafwijking kan hebben.  Dit moet altijd worden bevestigd of uitgesloten met een aanvullende vruchtwaterpunctie of een vlokkentest.  Hou er wel rekening mee dat een normaal resultaat van deze test geen garantie biedt voor een volledig gezonde baby.  Je baby kan immers nog andere afwijkingen hebben.
 
Je gynaecoloog of vroedvrouw zal je informeren over aandoeningen bij je kindje en over de onderzoeken die mogelijk zijn.  Beslis samen met je partner of je deze onderzoeken al dan niet laat verrichten.  De volgende afwegingen en vragen kunnen hierbij een rol spelen:
-              de voordelen en de nadelen van de onderzoeken
-              Wat te doen bij een afwijkend resultaat?
-          Wat te doen als blijkt dat je kindje een aangeboren aandoening heeft?

 bron Kind en Gezin


9 stille maanden

0 - 3 maanden 3 - 6 maanden 6 - 9 maanden
Copyright (c) 2010 9 Stille Maanden    Privacy Statement