Onmiddellijk na de geboorte wordt je kindje beoordeeld op de volgende aspecten:
Ademhaling, huidkleur, spierspanning, hartslag en de reactie op prikkels. Per aspect kan het maximaal 2 punten verdienen. Na 5 minuten krijgt het een nieuw onderzoek. Bedraagt de score minder dan 8 punten, dan wordt je kindje met extra aandacht opgevolgd. Je kindje wordt ook gemeten en gewogen.
De kinderarts zal kort na de geboorte je kindje uitvoerig onderzoeken. Hij of zij luistert naar het hartje en de longetjes, kijkt na of je kindje lichamelijk alles ‘erop en eraan’ heeft, of de ruggenwervels en het gehemelte gesloten zijn, of de reflexen in orde zijn, of de heupjes en de anus goed functioneren, enz..
Elk pasgeboren kindje krijgt minstens na drie dagen melkinname een prik om enkele druppels bloed af te nemen voor onderzoek. Hiermee worden zeldzame aangeboren afwijkingen opgespoord zoals een stofwisselingsstoornis (fenylketonurie), een schildklierafwijking (hypothyreoïdie) en een bijnierafwijking (bijnierschorshyperplasie).
Bepaalde afwijkingen zijn immers met een speciaal dieet of medicatie goed te behandelen, als ze tijdig worden ontdekt. Je ontvangt een strookje van de kaart als bewijs dat de bloedafname gebeurd is. Hoor je later niets meer van dit prikje, dan is alles in orde.
bron Kind en Gezin